Cochran's regels
(EN: Cochran's rules)
De regels van Cochrane zijn een reeks vuistregels om te bepalen of de resultaten van een chi-kwadraattoets betrouwbaar zijn. Meer bepaald zouden er in elke categorie van een kruistabel of frequentietabel "voldoende" waarnemingen moten zijn om de chi-kwadraattoets te kunnen toepassen. De regels van Cochrane bepalen hoeveel "voldoende" precies is.
De regels worden doorgaans als volgt geformuleerd:
- Elke cel in de tabel moet een verwachte frequentie hebben van minstens 1.
- In minstens 80% van de cellen moet de verwachte frequentie minstens 5 zijn (of ten hoogste 20% van de cellen mag een verwachte frequentie van minder dan 5 hebben).
De regels zijn genoemd naar de Amerikaanse statisticus William G. Cochran aan wie ze zijn toegeschreven, gebaseerd op zijn werk in de jaren 1950 (Cochran, 1952; 1954, p.420). Voor een uitgebreide bespreking van de regels van Cochrane, zie Kroonenberg & Verbeek (2018).
Referenties
Cochran, W. G. (1952). The χ2 test of goodness of fit. The Annals of Mathematical Statistics, 23(3), 315-345. https://doi.org/10.1214/aoms/1177729380
Cochran, W. G. (1954). Some Methods for Strengthening the Common χ 2 Tests. Biometrics, 10(4), 417-451. https://doi.org/10.2307/3001616
Kroonenberg, P. M., & Verbeek, A. (2018). The Tale of Cochran’s Rule: My Contingency Table has so Many Expected Values Smaller than 5, What Am I to Do? The American Statistician, 72(2), 175–183. https://doi.org/10.1080/00031305.2017.1286260